Net als Ammon zal Ik Moab in eigendom geven aan de stammen uit het oosten. Geen volk zal zich de Ammonieten ooit nog herinneren. Zo zal Ik ook Moab straffen; ze zullen weten dat Ik de HEER ben.

Dit zegt God, de HEER:

Edom heeft zich op het volk van Juda gewroken en zo een zeer zware schuld op zich geladen. Daarom, zegt God, de HEER, zal Ik Mijn hand tegen Edom opheffen. Ik zal er mens en dier uitroeien, Ik zal het land verwoesten; van Teman tot Dedan zullen allen door het zwaard worden geveld. Door Israël, Mijn volk, zal Ik Mij op Edom wreken:

Israël zal Edom treffen met Mijn woede en Mijn toorn, en zo zal Edom Mijn wraak leren kennen – spreekt God, de HEER.

Dit zegt God, de HEER:

De Filistijnen zijn wraakzuchtig geweest, ze hebben zich vol minachting gewroken; gedreven door een eeuwigdurende haat hebben ze verwoestingen aangericht. Daarom, zegt God, de HEER, zal Ik Mijn hand tegen de Filistijnen opheffen. Ik zal die Kretenzers uitroeien, en wie er van hen in de kustvlakte nog in leven is, richt Ik te gronde. Ik zal Mij meedogenloos op hen wreken, in Mijn toorn zal Ik hen straffen, en dan, als Mijn wraak hen treft, zullen ze weten dat Ik de HEER ben.’

Loading

Lees ook deze Berichten:

Ezechiël 35:1-15 Profetie over het Seïrgebergte en...
Ezechiël 14:1-11 1
Ezechiël 34:21-31 De slechte herders en de goede h...
Ezechiël 21:29-37 Het goddelijk zwaard 3
Ezechiël 45:13-25 Verdeling van de grond 2
Ezechiël 23:45-49 Ohola en Oholiba 4
Ezechiël 43:21-27 De verschijning van de HEER keer...
Ezechiël 36:26-38 3
Ezechiël 29:13-21 Profetie tegen Egypte 2
Ezechiël 1:1-14 Ezechiël geroepen 1
Ezechiël 9:1-11 1
Ezechiël 45:1-12 Verdeling van de grond 1
Ezechiël 37:1-14 Een dal vol beenderen 1
Ezechiël 23:31-44 Ohola en Oholiba 3
Ezechiël 40:27-39 De nieuwe tempel 3
Ezechiël 25:1-9 Profetie tegen de volken die Israë...
Ezechiël 13:14-23 2
Ezechiël 30:1-14 1
Ezechiël 4:11-17 2
Ezechiël 16:28-40 Jeruzalems ontrouw 3
Ezechiël 46:12-24 2
Ezechiël 43:12-20 De verschijning van de HEER keer...
Ezechiël 26:12-21 Profetie over Tyrus 2
Ezechiël 3:1-17 1
Ezechiël 7:1-13 Het einde komt 1
Ezechiël 16:1-13 Jeruzalems ontrouw 1
Ezechiël 16:41-51 Jeruzalems ontrouw 4
Ezechiël 32:25-32 3
Ezechiël 6:1-10 Israël getroffen door het zwaard 1
Ezechiël 32:16-24 2
Ezechiël 26:1-11 Profetie over Tyrus 1
Ezechiël 22:1-17 Oordeel over Jeruzalem 1
Ezechiël 40:40-49 De nieuwe tempel 4
Ezechiël 37:15-28 Eén God, één volk, één herder 2
Ezechiël 29:1-12 Profetie tegen Egypte 1
Ezechiël 40:1-12 De nieuwe tempel 1
Ezechiël 14:12-23 Het lot van Jeruzalem 2
Ezechiël 27:1-19 1
Ezechiël 44:20-31 Toegang tot de tempel 3
Ezechiël 44:11-19 Toegang tot de tempel 2
Ezechiël 33:22-33 Ieder mens naar zijn daden beoor...
Ezechiël 18:1-13 Wie rechtvaardig handelt, zal lev...
Ezechiël 41:13-26 2
Ezechiël 8:1-11 Visioen in de tempel van Jeruzalem...
Ezechiël 27:20-36 2
Ezechiël 17:1-14 De adelaars en de wijnstok 1
Ezechiël 33:1-11 Ieder mens naar zijn daden beoord...
Ezechiël 28:16-26 2
Ezechiël 28:1-15 1
Ezechiël 12:11-19 Een teken voor het opstandige vo...
Ezechiël 39:1-14 1
Ezechiël 34:1-10 De slechte herders en de goede he...
Ezechiël 36:1-12 1
Ezechiël 22:18-31 Oordeel over Jeruzalem 2
Ezechiël 32:1-15 1
Ezechiël 42:12-20 De ruimten voor de priesters 2
Ezechiël 10:1-12 1
Ezechiël 5:10-17 2
Ezechiël 3:18-27 2
Ezechiël 48:1-12 1
Ezechiël 24:15-27 Een plotselinge slag 2
Ezechiël 46:1-11 1
Ezechiël 23:1-16 Ohola en Oholiba 1
Ezechiël 31:12-18 2
Ezechiël 30:15-26 2
Ezechiël 18:23-32 Wie rechtvaardig handelt, zal le...
Ezechiël 2:1-10
Ezechiël 31:1-11 1
Ezechiël 20:26-36 Israël opstandig en ontrouw 3
Ezechiël 21:17-28 Het goddelijk zwaard 2
0Shares